Een onderzoekende geest, verbeeldingskracht, een groot netwerk en het vermogen om verbanden te leggen.  Het zijn journalistieke kwaliteiten, maar ze komen breed van pas.

Yvonne Zonderop onderzoekt en analyseert maatschappelijke verandering. Ze brengt nieuwe visies aan, ze weet te duiden en ze weet te verbinden. Dat doet ze als spreker en gespreksleider, als programmamaker, als bestuurder en als journalist.

  
  +31 6 53690675

 

In haar boek Polderen 3.0 legt Yvonne Zonderop hoe Nederland in een vormcrisis is beland en hoe we daar weer uit kunnen komen. Er is nog steeds veel maatschappelijke betrokkenheid, maar het bestuurlijke model waarlangs we vroeger het algemeen belang bereikten, is op sterven na dood. Er is behoefte aan nieuwe vormen die recht doen aan persoonlijke betrokkenheid en welbegrepen eigenbelang, zodat we tot een hedendaagse invulling van het algemeen belang kunnen komen.

Palace of Westminster, het gebouw waar het Britse parlement zetelt, is hoog en groot. Het plaatje van buiten kent iedereen. Maar van binnen lijkt het er meer op een gotische kerk als de Notre Dame dan op een ruimte voor overleg. Het is bewust ontworpen om indruk te maken op eenvoudige burgers. Honderdvijftig jaar later slagen de architecten daar nog steeds in. Dat heb ik begin van deze week ervaren.

In een van de metershoge commissiekamers mocht ik aan parlementsleden en genodigden mijn essay presenteren over het populisme in de Nederlandse politiek. Dit essay (zie voor de volledige tekst www.counterpoint.uk.com) is onderdeel van een mooi Europees project van de Britse denktank Counterpoint. Er wordt (vooral buiten Nederland) vaak gedacht dat populisten één pot nat vormen, maar in de praktijk klopt daar weinig van. Counterpoint liet auteurs in tien Europese landen een essay schrijven over de nationale aspecten van het populisme in hun land. Het resultaat is een amalgaan aan opvattingen en gedragingen dat samen onder één vlag opereert.

Neem Griekenland. Populisten aldaar plaatsen zich met opzet buiten de wet. Ze gebruiken grof geweld. Hun woede richt zich niet op binnenlandse politici, maar op buitenlandse bankiers en diplomaten die Griekenland financieel ten gronde zouden willen richten. Pas sinds de Eurocrisis speelt populisme een rol van betekenis in Griekenland. Al moeten we hun belang ook weer niet overdrijven, zei Manos Matsaganis, die met zijn collega Aristos Doxiadis het Griekse perspectief schetste; de Griekse Dageraad heeft een aanhang van 7 procent.

Hoe anders is de situatie in Nederland. Bij ons lijkt het populisme op de terugtocht, na een opmars die elf jaar duurde. De beweging is gepacificeerd, dat wil zeggen: de scherpe kantjes zijn eraf gevijld, aan diverse grieven is iets gedaan, en al doende is de beweging ingekapseld door het parlementaire systeem - met dank aan vooral VVD en CDA. Maar als Nederlanders denken dat ze daarmee van een probleem verlost zijn, vergissen ze zich. Het populisme in Nederland heeft nieuwe scheidslijnen blootgelegd die niet enkel aan het Binnenhof kunnen worden gerepareerd. We moeten opnieuw gaan polderen. Er haken nu te veel stemmers af die anders geen representatie hebben.

Vooral dat laatste punt - dat je het populisme wel kunt bestrijden, maar dat je daarvoor dreigt te betalen met een lagere opkomst - sloeg aan bij de aanwezige Lords en MP's. In de UK stelt het populisme nog niet veel voor. Het districtenstelsel voorkomt dat protestpartijen met een relatief kleine aanhang toch invloed verwerven. Maar niemand twijfelt eraan dat bij de Europese verkiezingen in 2014 UKIP (United Kingdom Independent Party) de grootste partij wordt. Als dat gebeurt, is het populisme in het Verenigd Koninkrijk alsnog een feit.

En dus kijken politici en adviseurs met belangstelling naar de ervaringen op het continent. In plaats van een verontwaardigde afwijzing kan de politiek beter luisteren, meebuigen en maatregelen treffen die de scherpste critici de wind uit de zeilen neemt, zei  Sunder Katwala, directeur van de denktank British Future. Zijn adviezen klonken mij bekend in de oren. Hij nam op zijn beurt mijn omschrijving van de Nederlandse 'pacificatie van het populisme' met instemming over.

Maar de term 'deemoed' lukte dat minder goed. Vanuit het publiek werd - terecht - gesteld dat politici wel wat meer bescheidenheid zouden mogen tonen jegens de kiezers. Waarop ik inhaakte met de stelling dat politici grote problemen vaak niet echt kunnen oplossen, en dat burgers dat heus wel weten, want ze zijn niet dom. Verandering vergt betrokkenheid van alle partijen, niet alleen van de politiek.

Maar daar keek Aristos Doxiadis van op. In Griekenland denken de burgers dat de politiek voor alles verantwoordelijk is en dat politici alles moeten oplossen. En ook de aanwezige Lords en MP's trokken bij mijn bewering een enkele wenkbrauw op. Zo bleek op die middag in Londen dat het populisme in Europa bepaald geen uitgemaakte zaak is. Mede daarom is het project van Counterpoint een schot in de roos.